|
Weblog > maart 2009 > Ina van der Beek
Laat ik beginnen met me voor te stellen: Mijn naam is Lodewijk, maar ik kan me niet herinneren dat iemand die naam gebruikte. Ik ben nu al heel oud en vanaf mijn vroege jeugd word ik aangeduid als ‘rooie’, u begrijpt, dat heeft te maken met mijn haarkleur.
Mijn vader heb ik nooit gekend, hij was al verdwenen voor ik geboren werd en mijn moeder kon het grote gezin, waarvan ik de jongste was, helemaal niet aan. Al jong hing ik veel op straat rond en niemand hield me tegen toen ik tenslotte helemaal op straat ging leven. Ik had geen huis, sliep op plaatsen waar het een beetje beschut was en ik schrok er zelfs niet voor terug om soms een nacht door te brengen in een huis waarvan de bewoners op vakantie waren. En ja, ook aan mijn eten kwam ik niet altijd op een eerlijke manier. Maar vind je dat gek na zo’n jeugd? Na jaren op straat geleefd te hebben, waar ik toch echt wel het één en ander heb meegemaakt, gebeurde mij vanochtend iets wat totaal nieuw voor me was.

Overdag, als het een beetje lekker weer is, zit ik graag op een bankje in het stadsplantsoen. Zo maar een beetje in de zon, want die voel ik graag op mijn oude botten. Zo dus ook deze morgen. Vlak achter het laantje waar ‘mijn’ bank staat is een rij huizen. Kort geleden is één van die huizen verkocht en sinds een paar weken weer bewoond. Dat houd je zo’n beetje in de gaten als je daar bijna dagelijks zit. Eén van die nieuwe bewoners, een vrouw, was al eens langs mijn bankje gekomen en had vriendelijk tegen me geknikt. Dat was al bijzonder want de meeste mensen lopen met een bocht om me heen en mompelen hoogstens iets tegen elkaar van ‘vieze ouwe zwerver’. Zo niet deze vriendelijke vrouw. En vanochtend… het was goed tien uur en ik kreeg juist de prikkelende geur van koffie in mijn neus – want al ben ik oud, met mijn reukorgaan is niets mis- opeens verscheen ze in haar achtertuin, tamelijk dicht bij mijn bankje en riep: “Koffietijd! Wil je misschien ook wat?” Ik keek over mijn schouder, kwam er iemand aan? Maar nee, ze had het tegen mij! Langzaam kwam ik overeind en aarzelend liep ik haar tuin in naar de achterdeur die uitnodigend open stond. “Alleen melk graag” mompelde ik. En voor ik het wist stond er een volle kom voor me. Er schoot een brok in mijn keel, ik kon alleen maar heel zachtjes miauwen…..
Zeg eens eerlijk, ik had u even op het verkeerde been gezet hè? Had u het hele plaatje al in uw hoofd: vieze, haveloze ouwe man? Dit was natuurlijk een grapje, maar zo gaat het soms wel: als we iemand zien of iets over iemand horen, hebben we ons oordeel vaak al klaar. Terwijl er soms toch een heel ander persoon achter die eerste indruk of eerste ‘van horen zeggen’ zit.
Nee, die man die in Utrecht ‘straatnieuws’ verkoopt is geen kat, maar wel een mens! Een kind van dezelfde Schepper als u en ik….
|