|
Weblog > juli - augustus 2008 > Ina van der Beek
Jarenlang heb ik me afgevraagd, waarom er nou juist een haantje op de toren van de kerk staat.
Door de tijd heb ik verschillende uitleggen daarover gehoord, zoals: de haan zou van grote hoogte naar alle kanten kijken en de mensen naar de kerk toe roepen. Sinds een paar weken heb ik mijn eigen uitleg, ik zal het u vertellen.
Eind juni logeerden we in een leuk vakantiehuisje in Noord Holland, en daar vandaan fietsten we elke ochtend naar Alkmaar, waar de startplaats was van een wandelvierdaagse. We wandelden langs prachtige routes door bos en duin, polders en strand. Ook het huisje beviel ons al bij de eerste aanblik toen we aan kwamen. Het lag in een klein bungalowparkje met een stuk of twaalf vrijstaande huisjes, elk omgeven door een leuk stukje gras, omringd door bomen en struiken. Er scharrelden gezellig kippen en een haan rond, wat hadden we het toch getroffen! Toen het donker begon te worden, wipten de kippen in de lage boompjes en gingen zitten slapen op de takken. Het was gewoon jeugdsentiment voor me, gingen onze kippen vroeger ook niet achter op het erf in de lage oude appelbomen slapen? Aaaach……

Ook wij gingen op tijd op stok, eh, naar bed, want morgen was de eerste wandeldag en moesten we fit zijn! De bedden waren ook prima, niks op aan te merken en weldra sliepen we. Tot precies 04.05 uur. Als u het nog niet wist: in de week van de langste dag begint op dat tijdstip het allereerste ochtendgloren! U begrijpt het al: de ‘schattige’ haan in onze boom begon te kraaien! Niet een paar keer, nee, hij ging door tot ongeveer kwart voor vijf en dat met tussenpozen van precies 35 seconden. Toen werd het stil… tot kwart over vijf en ja hoor, daar ging hij weer! De volgende dag kochten we oordopjes bij de drogist, maar ook die konden het geluid niet echt dimmen. Na vier wandeldagen en gebroken nachten met moordlustige gedachten ben ik dus tot de conclusie gekomen, dat een haan het allermooiste past hoog boven op de kerktoren.
O ja, er is nog een mogelijkheid: toen we na de laatste wandeldag gezellig uit eten gingen had ik aan een korte blik op de menukaart genoeg. Toen onze bestelling werd opgenomen, zei ik met een erg valse glimlach: “Doet u mij de gebraden halve haan maar!”
|