|
Weblog > september 2008 > Ina van der Beek
Natuurlijk hadden de lezers van deze maandelijkse column in de maand september een vakantieverslag verwacht, maar helaas, ik moet u teleurstellen, onze vakantie moet nog komen.
Wij behoren inmiddels tot de ‘grijze golf’ vakantiegangers en voor wie dit begrip onbekend is: wij horen bij de wat ouderen, die niet meer aan de schoolvakanties zijn gebonden omdat wij geen schoolgaande kinderen meer hebben. In de voor- en nazomer zie je dan veel van onze leeftijdsgenoten op vakantie gaan en vele van hen en ons (vooral de mannen, hoe kan dat toch??) hebben inmiddels grijze haren, vandaar de aanduiding ‘grijze golf’. Natuurlijk heb je dan ook nog een groep grijzenden die in het onderwijs werkzaam zijn en zich dus nog niet kunnen voegen in de grijze golf. Nee, zij moeten in het hoogseizoen blijven reizen tot zij, eindelijk gepensioneerd, opeens overstappen in de kale golf (alweer alleen die mannen…).
Maar vele om ons heen zijn wel op vakantie geweest en het viel me opeens op, hoeveel van onze familieleden en vrienden in het onderwijs werkzaam zijn, geen idee hoe dat komt. Dit jaar hoorde ik van een aantal mensen dat ze in Normandië waren geweest en daar de verschillende oorlogskerkhoven en andere gedenkplaatsen van WO 2 hadden bezocht.

Dat bracht me in gedachten weer terug naar zo’n tien jaar geleden, toen wij daar waren, we hadden allerlei plekken bezocht, waaronder ook verschillende begraafplaatsen. Daar word je stil van als je dat ziet, al die jonge mannen die daar begraven liggen, gesneuveld ook voor onze vrijheid. Op een zeker moment waren we uitgestapt en pas toen we de begraafplaats opliepen, ontdekten we dat het deze keer een Duitse begraafplaats was. Even had ik het gevoel dat dit anders was, de Duitsers waren immers de vijand? Toen we doorliepen en keken en lazen wat er op die stenen stond, drong opeens de waarheid tot me door en schaamde ik me diep. Vandaar dit gedicht: Een vlak groen veld bezaaid met platte stenen en hier en daar een enkel kruis Hier rusten zij ‘ Hier liggen ze, die lang geleden vielen de vijanden van onze helden’ in een gevecht zo dacht ik tot ik ver van hun eigen huis me bukte in het gras En daar in stijgende ontzetting de gegraveerde namen en getallen Ze waren nog zo jong daar op die stenen las soms bijna kinderen Er waren er van nog geen achttien jaar Ik moest opeens aan al die moeders denken: geen vijanden maar zonen liggen daar
Tja, en zo is het toch nog een soort vakantie-column geworden….
|