|
Weblog > juli/augustus 2010 > Ina van der Beek
In de zomer eten wij veel aardbeien. Zo gauw ze een beetje betaalbaar zijn, haal ik zeker eens per week een grote bak vol, heerlijk! Op brood, in de yoghurt, of zo maar als ‘snoepje’ tussendoor. Regelmatig moet ik nog denken, aan die ene zomer, al heel wat jaren geleden, toen we twee weken lang net zoveel aardbeien aten, als we maar op konden.

Onze kinderen waren nog heel klein, en mijn zwager en schoonzusje die in Ermelo, vlak bij het bos woonden, vroegen of wij, toen zij op vakantie gingen, zolang in hun huis wilden. Heerlijk natuurlijk, wij woonden toen 6-hoog op een flat en daar in Ermelo speelden de kinderen in de grote tuin, en regelmatig gingen we het bos is.
Er was slechts één ‘verplichting’: Zwager Johan had een volkstuin en hij vroeg of we vooral regelmatig wilden ‘oogsten’ tijdens die weken. Nou, dat was een prettige plicht natuurlijk, vooral omdat hij ook aardbeien had staan. Nadat ons precies was uitgelegd, waar we zijn stukje grond konden vinden, vertrokken ze.
Na een paar dagen gingen we kijken. Tjonge, wat een lap tuin met vooral een enorme hoeveelheid aardbeienplanten, boordevol heerlijke zomerkoninkjes! Dat werd dus flink smullen, nauwelijks bij te eten! Bijna elke dag werd er geoogst.
Na twee weken kwam de familie thuis en vertrokken wij weer naar onze flat in Zoetermeer.
De volgende dag belde Johan om te vragen, waarom we de aardbeien helemaal niet hadden geplukt, ze hingen verrot aan de planten, en zoveel waren het er toch niet……
U voelt het al, we hadden de verkeerde tuin onder handen genomen!
De eigenaar zal zich wel hebben afgevraagd, wie toch steeds zijn aardbeien pikte!
‘Gestolen goed gedijt niet’ luidt het spreekwoord, maar wij hebben er echt geen buikpijn van gehad. Dat kwam waarschijnlijk, doordat we in alle ‘onschuld’ stalen.
Toch weet ik nog dat, toen die zondag erna in de kerk de wet werd voorgelezen, ik even beschaamd mijn hoofd boog bij het horen van ‘Gij zult niet stelen’….
|