luistermee3       facebook      logohv

GELOOF EN EEN ELEKTRISCHE TANDENBORSTEL> weblog Ina

Geloof en een elektrische tandenborstel, wat hebben die twee met elkaar te maken? Zo op het eerste gezicht natuurlijk helemaal niks.
Maar toch viel me pas zomaar in, dat er best wel overeenkomsten zijn.
Het was op een moment dat ik mijn tandenborstel na een nachtje opladen, weer gebruikte. Sjonge, wat een kracht en energie had dat ding weer!
Toen ik hem de avond ervoor maar weer eens op de oplader plaatste, had ik niet eens het idee dat hij aardig leeg begon te raken. Pas nu, nu hij weer was opgeladen, viel het verschil mij op.
Natuurlijk kon ik er gisteren ook nog prima mee poetsen. Zelfs als hij helemaal leeg is, is het nog steeds een tandenborstel, kan ik hem nog steeds gebruiken.
Maar regelmatig een nachtje op de oplader, dat maakt een enorm verschil. En zoals gezegd: dat merkte ik pas nadat hij weer was opgeladen.

Wat heeft dat met geloven te maken? Vraagt u zich nu waarschijnlijk af.
Wel, dit: Ik hoorde pas iemand zeggen (en dat hoort u waarschijnlijk ook regelmatig): ‘Ik heb de kerk helemaal niet nodig om te geloven, in m’n eentje lukt dat ook prima.’
En dat kan zeker waar zijn, geloof zit in je hart, is iets van jezelf. Maar toch, als ik aan die tandenborstel denk…
Door naar de kerk te gaan, of thuis mee te luisteren met een kerkdienst of anderszins, krijg je net die extra stroomstoot, nieuwe energie, nieuwe kracht.
Net zoals ik met die tandenborstel, zelfs helemaal zonder stroom, echt mijn tanden wel kan poetsen, zo kun je ook in je eentje geloven. Alleen gaat het moeizamer, het kost veel meer energie. Je doet jezelf eigenlijk tekort, je kunt zoveel meer ontvangen!
Zoals ik na het opladen van de tandenborstel pas merkte hoe fijn het weer poetste, zo mag je je ook laten opladen door een mooie preek, door de uitgesproken zegen. Nieuwe energie, nieuwe bezieling!

Misschien zegt u: ik poets altijd met een gewone tandenborstel, dus dit gaat niet over mij…
Tja, bedenk dan maar dat op z’n tijd een nieuwe tandenborstel aanschaffen ongeveer hetzelfde effect heeft! Nieuwe energie, nieuwe poetskracht.
Goed voor je gebit zorgen is belangrijk, goed voor je ziel zorgen nog veel belangrijker!

toothbrush head 115119 960 720

Schijn bedriegt (soms)> weblog Ina

Een paar weken geleden gingen onze overburen c.q. medebroeder en -zuster een paar dagen op stap. Zij vroegen ons om voor hun levende have, een aantal gezellige kippen te willen zorgen, nou, geen enkel probleem natuurlijk.
Zelfs heel leuk, gezien het feit dat buurman, behalve de voederinstructies nog iets meldde: ik mocht na het voeren ook de gelegde eieren meenemen.
De bewuste ochtend begaf ik me met een schaaltje (je weet tenslotte maar nooit hoeveel eieren er zullen liggen) op weg naar het kippenhok. Natuurlijk, ook in de winkel zijn prima eieren te koop, maar zo’n echt kakelvers eitje, net van de kip, dat zou natuurlijk verrukkelijk zijn op onze boterham.
Een bakje voer, water, een paar oude boterhammen, de kippen vielen enthousiast aan op hun eten.
Ik opende verwachtingsvol het leghok. Daar lag één ei… Ik pakte het voorzichtig op, het was een mooi ei, precies zoals een ei hoort te zijn. Ik vond alleen de kleur van de schil wat apart, er lag een wat grijsgroene gloed over.
Nu liep er bij die kippen ook één wat aparte, staartloze kip, dus vooruit, dit ei was vast van die kip. Alles wat uit de mens komt, is ook niet altijd van dezelfde kleur, ik bedoel maar...
Voorzichtig droeg ik mijn ei naar huis, in het schaaltje. Dan hadden we toch straks beiden een half ei op brood. Immers, beter een half ei, dan…

Op het moment dat ik mijn huis binnen ging, begon er langzaam iets te dagen. Dit was geen echt ei, het was natuurlijk zo’n lok-ei, wat kippen moet enthousiasmeren hun eitje erbij te leggen.
‘Wat denk jij?’ vroeg ik echtgenoot. Hij was het met me eens, het was een nep-ei. Schijn bedriegt, dat was wel weer bewezen.
Gelukkig had niemand mijn blunder gezien, ik liep snel terug naar het kippenhok, leidde de dames daar af met nog een paar stukken brood en legde het ei netjes terug in het leghok.
‘Zullen jullie niks tegen de baas zeggen?’ vroeg ik de kippen. ‘Maar flauw, dat jullie geen enkel eitje voor me hebben gelegd.’ Ze kakelden gewoon door mijn verwijt heen en negeerden me volkomen.
De volgende dag bedankte buurman me voor de goede zorgen. Op dat moment besloot ik hem mijn blunder toch maar te vertellen, vooruit, kon hij eens flink lachen.
Hij lachte inderdaad, maar niet om de reden die ik had gedacht: ‘Het was helemaal geen nep-ei,’ zei hij. ‘We waren al verbaasd dat je geen eieren had meegenomen, er lagen er vier in het hok.’
‘Vier? Het was er vanochtend maar één! En die kleur…’ zei ik.
‘Tja, de ene kip legt eieren met een andere kleur schil dan de andere kip, zei hij schouderophalend. Daarna deed hij de vier verse eitjes in een doosje en stopte het me in de hand.
Zoals ik al zei: Schijn bedriegt (soms).
Ik dacht echt dat ik vanuit het kippenhok een zacht gegiechel hoorde. Waarschijnlijk die ene kip zonder staart…

egg 1510449 960 720

 

ZOEM… ZOEM…> weblog Ina

We hadden een heerlijke vakantie, de lucht was blauw, de zon scheen (meestal), er waaide een heerlijke wind. We hadden een prachtig plekje aan de Franse zuidkust en we genoten van de rust, lekker wat zwemmen, veel lezen en af en toe eens naar een gezellig stadje.
Het eten was heerlijk en het glaasje Franse wijn verrukkelijk!
Tot zover het succesverhaal van onze vakantie, afgelopen maand.
Want… zo zagen de dagen eruit.
De avonden en nachten waren een ander verhaal. Tenminste, voor mij.
Zat mijn echtgenoot ’s avonds heerlijk in zijn korte broek en shirt buiten te genieten van de zwoele avond, ik zat met lange broek, sokken, shirt met lange mouwen of badlaken om me heen geslagen en was dan nog niet veilig.
U begrijpt het vast al: ik ben om op te vreten! Dat vinden de muggen tenminste. Laten ze manlief meestal ongemoeid, mij weten ze te vinden, ieder plekje bloot is aantrekkelijk.
’s Nachts in bed ging dat zo door. Hoewel ik me overvloedig besproeide met eucalyptusolie, was het toch iedere nacht wel een keer raak.
Venijnige, piepkleine mugjes waren het, die bulten veroorzaakten, zes keer zo groot als ze zelf waren.
Hun irritante gezoem hield me waakzaam, of zouden we dat als irritant beschouwen omdat we weten dat dat geluid vaak een hoop jeuk gaat betekenen?
Hoe zou dat geweest zijn in het Paradijs, voor de zondeval? Zoemden ze toen ook? Haalden ze geen bloed uit Adam en Eva zonder kleren, maar dropjes honing uit de rozen?
En klonk hun gezoem misschien als het gegons van de krekels van nu?
Ik weet het niet.
Ik weet wel, dat ik volgend jaar een klamboe meeneem op vakantie, of een boerka voor dag en nacht ga dragen…

Gij zult niet doodslaan… Dat geldt vast niet voor muggen, toch?

mug

 

Wat er staat geschreven > weblog Ina

Ik heb het weer gedaan…

Steeds neem ik me voor het niet meer te doen, maar toch kan ik het niet laten.

Wat ik bedoel?
Het lezen van recensies. En niet zomaar recensies, maar die over mijn werk geschreven zijn.
Je komt ze overal tegen, in tijdschriften, en vooral op allerlei websites.
Een positieve recensie maakt blij, geeft moed: zie je wel, ik doe het nog niet zo slecht!
Een beroerde, negatieve recensie heeft precies het tegengestelde resultaat: ik stop ermee, ik kan het niet!
Recensies zijn regelmatig onderwerp van gesprek met collega’s, vooral met collega’s met wie je een goede band hebt. Tegen wie je eerlijk durft te zijn, je eigen onzekerheid durft te tonen.
Tegen buitenstaanders doen wij, auteurs, allemaal stoer: ‘Ach, het is maar een mening van een persoon.'
En dat is ook wat je tegen elkaar zegt, als die ander trillend van ellende verwijst naar een beroerde recensie van zijn/haar boek.
En weet je, dat is ook zo, het is de mening van een persoon, die jouw boek las en beoordeelt. Misschien houdt hij helemaal niet van dat genre, dan vindt hij het al snel ‘niks’. En zeg nu zelf: wat is een goed boek?
Want wat de één een saai en waardeloos verhaal vindt, daarvan smult een ander! Dus het is betrekkelijk, die recensie. Je weet het, je weet het, maar waarom doet het dan toch zo zeer?
Het is een beetje je kindje, je je hebt het uitgebroed, met zorg geschreven. Je hart er een beetje ingelegd.
En het beroerde is, je kunt je niet eens verdedigen, het staat er gewoon, zwart op wit, voor iedereen te lezen: dit is een waardeloos boek, een saai verhaal, een voorspelbaar plot, een oppervlakkige story…
Ah kijk, nu doe ik het toch weer! Alleen naar het negatieve kijken. Een roman van mij kreeg op een website wel 20 recensies van lezers. 17 positief tot razend enthousiast, 3 negatief. En welke bleven in mijn hoofd hangen, denk je? Precies, die 3.
Misschien is dat tegenwicht toch goed: het houdt je met twee benen op de grond.

Afgelopen maanden werkte ik aan een nieuw Bijbels dagboekje. 365 Bijbelteksten met een korte bemoediging mocht ik zoeken en opschrijven.
Wat heerlijk om daar mee bezig te zijn! Geen moment angst voor slechte recensies als het in juli verschijnt.
Waarom niet? Omdat ik alleen maar woorden doorgeef van een Ander, woorden waarop niets aan te merken is, die nooit saai zullen zijn of langdradig, voorspelbaar of oppervlakkig.
Woorden van Hem, die van mij houdt; me niet afwijst, zoals soms een ongenadige recensent dat doet.
Zijn mening over mij is belangrijker dan die van welk mens dan ook!

filmmaker 2838945 960 720

 

Vliegen. > weblog Ina

Vliegen, ik houd er niet van en toch doe ik het steeds weer, gemiddeld zelfs 1 à 2 keer per jaar. Want ja, als je naar verre oorden wilt, zul je toch in een vliegtuig moeten stappen.
En dus loop ik steeds weer door de slurf de cabine is. Behoorlijk claustrofobisch als ik ben, begint daar mijn onvrolijke gevoel al. Maar oké, als iedereen dan maar op z’n plekje zit, alles te overzien is, haal ik al weer wat ruimer adem. En ik houd mezelf voor, wat ik ook anderen voorhoud die mijn vlieg-antipathie (vliegangst is een te groot woord) delen: Kijk eens hoeveel vliegtuigen er iedere minuut de lucht ingaan en vrijwel altijd gaat het goed… Statistisch gezien is het de meest veilige manier van reizen… En ga zo maar door, bla, bla, bla…
En toch houd ik er niet van!

Kort geleden was het weer zover, een reisje! De heenreis ging best goed, rustige vlucht, keurige landing. De terugreis was minder prettig, nou ja, vooral de landing dan. Er stond een harde wind, het vliegtuig schudde (on)behoorlijk heen en weer. En waarom zei de gezagvoerder dat we bij calamiteiten alle handbagage moesten achterlaten en het vliegtuig zo snel mogelijk moesten verlaten? Normaal zeggen ze dat toch nooit aan het eind van de vlucht?
Dat die vrouw achter me voortdurend angstig ‘oei’ en ‘aah’ riep, maakte het er ook niet beter op voor me.
Met een stevige klap kwamen we op de landingsbaan, commentaar rondom en een zucht van verlichting: we waren veilig geland!

Een van onze kinderen houdt ook absoluut niet van vliegen. Hem houd ik altijd voor: ‘Je bent in Gods hand, ook in het vliegtuig.’
Waarom denk ik daar dan zelf niet als eerste aan op die momenten? Waarom denk ik vooral aan de statistische gegevens en geven die me meer rust dan het me veilig weten in Gods hand? Misschien moet ik daar maar eens ernstig over nadenken tijdens de volgende vlucht…
Want ondanks mijn gedachte tijdens de laatste landing: ‘ik doe het echt niet meer’, staat de volgende vliegreis gepland voor over drie weken. Met tussenlanding.
Oefening in vertrouwen…

plane

 

Een stem van boven. > weblog Ina

Heeft u dat ook wel eens, dat je eigenlijk een duidelijke stem van boven zou willen horen? Hoe te beslissen in bepaalde omstandigheden, of gewoon te weten of je op de goede weg bent of niet? Soms bespringt opeens de twijfel je: moet ik hiermee doorgaan of beter opgeven? Of beroerder nog: je dènkt dat je goed bezig bent en achteraf blijkt dat je er helemaal naast zat…


Dat laatste maakte ik kort geleden mee, ik hoorde een stem van boven, een heel duidelijke stem!
Op de eerste zondag van januari reden we naar het hoge noorden. Daar, in een dorpje tegen de waddenkust aan, preekte een goede vriend van ons afscheid, hij ging met emeritaat. Het was een volle, feestelijke dienst. De organist liet het orgel jubelen en een trompettist maakt het allemaal nog mooier. En wij, in de banken, zongen uit volle borst mee. En we dachten, dat we goed bezig waren…


We hadden het eerste couplet gezongen van lied 283 uit de nieuwe liedbundel en namen al een hap lucht om het tweede couplet te zingen, toen trompet en orgel zwegen. En toen klonk de stem van boven…

‘Jullie zingen helemaal verkeerd, er zijn lange en korte noten! Jullie moeten goed luisteren, anders wordt het helemaal verknald!!’

Zo, dat was duidelijke taal! Voor de goede orde, het was natuurlijk een menselijke stem, de stem van de organist. Even bleef het stil beneden, toen klonk er een zacht gegrinnik, waarna het orgel samen met trompet weer inzette en wij beneden, geheel doordrongen van de boodschap van boven, een nieuwe kans kregen en keurig de overige coupletten zongen.


Tijdens de lange rit naar huis, dwars door donkere polderlandschappen, dacht ik nog na over de dienst èn over het ingrijpen van ‘boven’. En ja, zo kwam ik ook tot de conclusie, dat soms een duidelijk aanwijzing wel heel goed en nuttig kan zijn. Het liefst zouden we soms een stem uit de hemel willen horen, als het over grote dingen in het leven gaat. Maar het is goed te bedenken, dat we als mensen aan elkaar gegeven zijn om soms een waarschuwende stem te laten horen aan elkaar. In grote en kleine dingen. Het maakte in dit geval de lofzang mooier en beter!

Iets van elkaar tot een hand en een voet zijn… ( 1 Korintiërs 12).

organ

 

 

In de achtbaan. > weblog Ina

Onze oudste kleindochter, eigenlijk best een wat timide meisje, is een held in het pretpark!
Geen attractie te eng, geen achtbaan te spannend: zij gaat erin!
Een tijdje terug ging ze met ouders en zusje een dag naar de Efteling.
Trots vertelde ze, dat ze ook met haar vader in de Baron was geweest.
De Baron is in mijn ogen echt de vreselijkste, angstaanjagendste attractie, die ooit bedacht is.
Je gaat nadat je bent ingestapt, eerst 30 meter omhoog, dan in een enorme vaart loodrecht naar beneden, waarna je met karretje en al door een tunnel onder de grond doorgaat om, weer bovengekomen, nog een halve looping, een halve kurketrekker, een uitgerekte kurketrekker en een zeer scherpe spiraal maakt. Daarna volgen nog een camelback, wat dat ook zijn mag, en een bocht. Daarna is het ‘plezier’ voorbij!
Nee, nee, ik weet dat niet zo precies uit eigen ervaring. Deze informatie heb ik, zoals je zult begrijpen, opgezocht op m’n computer.
‘Vond je het niet eng?’ vroeg ik kleindochter, toen ik een filmpje zag, waar ze in die roemruchte Baron zat.
‘Nee hoor, het is spannend en leuk. En er kan niets gebeuren, oma, je zit toch vast!’

Precies, dat is het: je zit toch vast. Wat er ook gebeurt, welke wendingen, dat karretje ook maakt: de beugel houd je stevig op je plek. Misschien ben je wat dizzy als je uitstapt, maar je kunt niet vallen.

Zo aan het eind van het jaar moest ik opeens denken aan een achtbaan. De achtbaan van het leven.
Ook dit jaar is er weer van alles gebeurd. In mijn leven; en in het leven van anderen soms nog veel heftigere dingen.
Het leven leek soms even stil te staan, om je dan met een enorme vaart naar beneden te laten kletteren.
Over de kop of een halve spiraal, in je persoonlijke leven of in de wereld om je heen.
En zolang je leeft, kun je niet uitstappen, moet je mee, de ene looping na de andere. Soms een rustig stukje omhoog… maar dan, onverwacht misschien weer met een vaart naar beneden. Door donkere tunnels en weer naar het licht…
En ook dan gaat het maar om één ding: als je maar weet dat je stevig wordt vastgehouden.
Zoals de beveiligingsbeugel in de achtbaan of in de Baron, zo mag je vertrouwen, dat God je vasthoudt. Wat er ook gebeurt in je leven, hoe het ook tekeer kan gaan, hoeveel loopings het leven ook neemt! Je zult nooit uit Zijn hand vallen!

Gaat deze vergelijking niet een beetje mank?
Jazeker, de beveiliging van de achtbaan is mensenwerk.
De beveiliging van je leven is Gods werk!
Dat is pas echt veilig!

sunset 958145 1920

Voor alles is er een vastgestelde tijd... > weblog Ina

Voor alles is er een vastgestelde tijd

Prediker wist het al…

Als ik in juli al grote potchrysanten in de winkel zie, heb ik de neiging er stiekem tegen te schoppen! O nee hè! Die planten horen bij de herfst, daar heb ik nu echt nog geen zin in…

De chocoladeletters, die ik begin september al zag in de supermarkt, geven hetzelfde gevoel: te vroeg!

Pepernoten… mmm, dat wordt al een iets ander verhaal, ze knabbelen zo lekker weg, ook in september al.

Eind september lag de eerste dikke catalogus van een speelgoedgigant in de brievenbus. De kleinkinderen bladeren er driftig doorheen en wijzen aan wat ze gaan vragen voor sinterklaas.

En ja, de tuincentra zijn hier en daar al helemaal in kerstsfeer. Of wat daar voor door moet gaan.

Waarom zou dat toch allemaal zijn? Willen we de tijd snel om laten zijn, willen we in de zomer al de naar de herfst, kunnen we in oktober bijna niet wachten tot het december is?

Of is het alleen een commercieel verhaal, hoopt de middenstand dat we alvast drie chocoladeletters kopen en die oppeuzelen bij ons kopje thee?

Als er, twee maanden voor Pasen, al bakken vol chocolade paaseitjes in de winkel staan, stoort me dat veel minder. Integendeel: ik glimlach welwillend als ik er langs loop en mompel in mezelf: ‘Jaja, nog even en het is al weer zover!’

Ik heb zelfs de neiging maanden voor Pasen die chocolade eitjes te kopen.

Wat is dan het verschil?

Daar heb ik een poos over nagedacht en ik denk dat ik het weet.

Ik houd gewoon niet van de herfst en van de winter. Ik ben dol op de lente en de zomer. Dus logisch, dat ik in een zomermaand, nog niet door die chrysant herinnerd wil worden aan die naderende herfst.

Terwijl ik dit bedenk en opschrijf, schijnt een lekker herfstzonnetje op de prachtig verkleurende hortensia’s in onze tuin. Als ik heel eerlijk ben, vind ik de oudroze kleur die ze hebben gekregen, nog mooier dan het lichtroze van de zomer.

Kijk, misschien moet ik gewoon wat positiever gaan kijken naar het wisselen van de seizoenen.

Gewoon genieten van alles wat er te genieten valt, dus misschien ook van een stevige letter M van melkchocolade bij mijn kopje thee straks.

Als ik hem in m’n mond stop, kan ik me toch gewoon voorstellen dat ik op een paaseitje kauw?

Dat bedoel ik, het is maar wat je er van maakt!  

Maar toch… sluit ik me graag aan bij Prediker:

Er is voor alles in het leven een vastgestelde tijd…

herfst

Bloemen.. > weblog Ina

BLOEMEN

In de vakantietijd spreek je vaak allerlei mensen. En al die mensen hebben hun verhalen. Zo ook dit verhaal, dat ik graag met u deel.

Een jonge dominee werd bevestigd in zijn eerste gemeente in een dorpje in Zeeland. Hij had er naar uitgekeken, maar natuurlijk was het ook spannend. Nu was hij echt ‘de dominee’. Toch ontdekte hij al snel, dat niet hij, maar zijn kerkenraad het voor het zeggen had. Ze noemden hem allemaal netjes ‘dominee’ en ze zeiden ‘u’ tegen hem, maar de beslissingen die genomen moesten worden... daarbij had hij niet veel te zeggen, dat werd hem al snel duidelijk. Tijdens een van de eerste kerkenraadsvergaderingen stelde hij voor, om vanaf de volgende zondag een boeket bloemen voorin de kerk te zetten, dat na afloop van de dienst bij een gemeentelid bezorgd zou worden, dat in verdrietige of juist verheugende omstandigheden was.
De broeders schudden afkeurend het hoofd: ‘Nee dominee, dat doen we hier niet. We houden de eredienst graag sober, geen opsmuk in de kerk!’ De jonge dominee keek wat verbluft en sputterde nog tegen: ‘Maar het gaat er niet om, om de kerk te versieren. Het is een gebaar van betrokkenheid en meeleven van de hele gemeente naar elkaar.’ Maar opnieuw werd er nee geschud, ‘Nee dominee, we houden niet van die moderne fratsen. Volgende agendapunt...’
Dominee deed nog een laatste poging: ‘Maar omzien naar elkaar in woord en gebaar is toch juist iets voor ìn de kerk? Mogen er dan nooit bloemen in deze kerk?’
Nu grinnikte een van de broeders: ‘Jazeker, dominee, over een bruidsboeket doen we nooit moeilijk!’

De volgende zondag, toen de broeders de kerk binnenkwam, zagen ze tot hun schrik een eenvoudig, maar mooi boeket voor in de kerk staan. Niemand maakte een opmerking en de dienst begon. Toch gingen hun blikken regelmatig terloops naar de kleine tafel onder de preekstoel, waar het boeket op een vaas stond. Voor de dominee aan het eind van de dienst de zegen uitsprak, wendde hij zich nog tot zijn gemeente. ‘Beste gemeenteleden,’ zei hij, ‘wij als gemeente mogen ons de bruid van Christus weten. En wat is een bruid zonder boeket? Maar aangezien het ernaar uitziet, dat we deze dienst gaan beëindigen zonder dat de Bruidegom terugkeert, wil ik dit boeket graag geven aan iemand die wel een steuntje kan gebruiken. Zuster De Groot is ernstig ziek, daarom wil ik deze bloemen graag bij haar brengen, samen met een groet van ons allen. En ja, volgende week zal ik zorgen voor een nieuw boeket. Want zoals ik zei, wat is een bruid zonder bruidsboeket?’ Daarna sprak hij de zegen uit en ging het trapje van de preekstoel af.
Er is nooit meer gesproken over dat onderwerp, maar tot op de dag van vandaag staan er bloemen in die kerk. En de gemeente voelt zich meer dan ooit verbonden, in droeve en blijde dagen.

flowers 260894 960 720

Gevaar of zegen?.. > weblog Ina

GEVAAR OF ZEGEN?

Altijd al is men bang geweest voor ‘nieuwigheden’.
De eerste stoomtram: gekkenwerk! De automobiel: levensgevaarlijk! Een vliegtuig: schandalig, de lucht is voor de vogels bedoeld.
Maar toch, alles wende.
De eerste radio, de eerste televisie, dat moest van de duivel zijn!
En niet veel van degenen die deze column lezen, zullen dat nog denken.
Maar de ontwikkeling ging verder: de computer, het internet. Op een of andere manier voor sommigen minder ‘gevaarlijk’ dan de televisie. Terwijl je toch juist via dat internet echt heel veel kunt binnenhalen, veel meer dan je op tv voorgeschoteld krijgt. Mooie dingen maar ook dingen, die je niet graag met een ander zou delen.

De mobiele telefoon liet ons twintig jaar geleden met de ogen knipperen... dat dat toch zomaar kon!
Nu al zo ontzettend gewoon.
Social media, we kunnen er toch bijna niet meer buiten?
De ontwikkelingen gaan door, steeds zijn er nieuwe dingen, ook nieuwe trends, kun jij het nog bijhouden?
Ik eerlijk gezegd nauwelijks. Maar het is heel belangrijk, het wel bij te houden, zeker als je opgroeiende kinderen hebt.
Ik hoorde een paar jaar geleden een moeder zeggen: ‘Ik wil niet op Facebook of wat ook, want ik wil niet weten wat mijn kinderen daar allemaal uitspoken.’
Hoezo ‘kop in het zand’? Juist, als je het idee hebt, dat je kinderen daar wat ‘uitspoken’, is het belangrijk op de hoogte te zijn! Hoe kun je anders met ze praten over de gevaren die er zijn?
Gevaren?
Ik las kort geleden een artikel in de krant over de populaire spelletjes die de jongeren van nu op hun telefoon (kunnen) spelen.
Wel eens gehoord van choking challenge, het afknijpen van de keel tot je bijna stikt? Of 50/50, ook zoiets gezellig... je krijgt een ‘leuk’ plaatje te zien, 50% kans dat het iets schattigs is, een puppy of zo, maar ook 50% kans het een bloedstollend plaatje is. Spannend toch? En o ja, Sayat.me, waarbij je elkaar anoniem helemaal kort en klein kunt schelden. En Chinnamon challenge, was ook al zo lachen! Helaas, soms dodelijk.
En zo kan ik nog even door gaan.
Negatief geklets? Met zulke dingen houdt jouw zoon of dochter zich niet bezig? Gelukkig maar, houden zo!
Heel veel jongeren, veel meer dan je zou denken, hebben er zeker wel mee te maken.
Blijf daarom een beetje bij de tijd, zeker als je zelf kinderen in die leeftijd hebt!

Natuurlijk zijn er ook jongeren die heel andere dingen doen met die telefoon.
Ik hoorde pas van een andere moeder, die geïrriteerd tegen haar puberdochter zei: ‘Kind, je bent nog geen minuut uit bed, of je zit al weer met die telefoon voor je neus.’
Waarop de dochter zwijgend liet zien wat ze had aangeklikt. ‘Dagelijks woord’, de Bijbeltekst voor die dag.
De paardentram, de tv en het internet: het kan een gevaar zijn, maar zeker ook een zegen.
Het is maar, hoe je ermee om gaat!

Enne... stuur me eens een Appje met een foto van je vakantieadres, altijd leuk!

oldtimer 60521 960 720

Taal in beweging... > weblog Ina

TAAL IN BEWEGING.

Ik moet eerlijk bekennen: mijn Frans is behoorlijk diep weggezakt, mijn Duits is niet om over naar huis te schrijven en mijn Engels laat best wat te wensen over.
Ik herinner me het gesprekje tijdens mij mondelinge examen Frans over een stierenvechter. Vreselijk! In het Nederlands heb ik daar al geen verstand van, laat staan dat ik daar in het Frans iets zinnigs over kon zeggen.
Taal, daar wil ik het dus deze keer over hebben.
Taal beweegt, taal verandert, gek is dat eigenlijk.
Om mijn Engels op te frissen, volgde ik eens een cursus ‘Engels voor gevorderden’.
Lachen was dat! Vooral heel gezellig, maar het niveau van de diverse deelnemers liep zo ver uiteen, dat het bijna ondoenlijk was voor de docent een bepaalde lijn te volgen.
De een was ‘ver gevorderd’, bij een ander ging het ongeveer zo: ‘Eeh... I was met mijn husband on the eh... footbalveld, enne... oh giechel... hoe zeg je dat... toenne... eh. then they had eeh... verloren... eeh...’
Ik heb er geloof ik niet zo veel geleerd, maar een ding wel: de taal beweegt, verandert.
De uitdrukking ‘it’s raining cats en dogs’, die ik bezigde, bleek hopeloos ouderwets en uit de tijd.
Misschien moet ik zoals veel jongeren (en ouderen), series gaan volgen via tv of internet. Amerikaanse series over knappe dokters, die ook nog eens veel verstand van Nespresso blijken te hebben... Goed voor je Engels. Maar ja, niet echt mijn ding...

Ook andersom gebeurt het. Mijn nichtje, geboren en getogen in Canada, leerde in haar vroege jeugd wel wat Nederlands spreken van haar ouders, die toen net geëmigreerd waren.
Als ze af en toe in Nederland is, valt het me op, dat ze zulke ‘plechtig’ Nederlands spreekt.
Het Nederlands van vijftig jaar geleden, de tijd waarin haar ouders nog in Nederland woonden. En zij glimlachte af en toe om mijn formele Engels, dat ik ooit op school leerde.

Taal verandert dus. Op zich niet erg, mensen veranderen ook, mensen zijn verschillend, dialecten zijn er altijd geweest en zullen er blijven. Ook niks mis mee.
Maar we kunnen ook doorslaan in slordigheden. Ik krijg echt kippenvel op mijn armen als ik iemand hoor praten of zie schrijven over ‘me zoon’ of nog erger: ‘me kanjer’. Dat is geen dialect, dat is verminking van de taal.

Taal verandert. Ook in de kerk, in (s)preken en in onze liederen.
Bijbelvertalingen veranderen, gaan mee in de vernieuwing van taal. Dat is goed, denk ik.
Maar tegelijk blijft dat Woord onveranderd, altijd hetzelfde. Nooit ouderwets, altijd weer nieuw.
Bijzonder eigenlijk, toch?

dictionary 1149723 960 720

Copyright Hervormde Gemeente Harmelen 2017 (klik hier voor de disclaimer)